Is het mogelijk om beter te leven en tegelijk de schade aan het milieu te verminderen? Om die vraag te beantwoorden, is een betere meting van de wisselwerkingen tussen onze leefpatronen en de toestand van het milieu vereist. Daarom onderzocht het Federaal Planbureau twee types van indicatoren die deze wisselwerkingen meten: enerzijds de indicatoren ecologische voetafdruk en biocapaciteit en anderzijds indicatoren op basis van de milieusatellietrekeningen. De twee Working Papers over die indicatoren gaan in op de berekeningsmethoden en de gebruikte gegevens en ze wijzen ook op de mogelijkheden en beperkingen van die indicatoren voor het beleid van duurzame ontwikkeling.
Deze studie definieert verdelingsmogelijkheden van de doelstellingen en overheidsontvangsten uit het klimaat en energiepakket die verenigbaar zijn met beginselen van duurzame ontwikkeling. Zo draagt zij bij aan het denken van de experts over die verdelingsmogelijkheden terwijl zij het aan de beleidsmakers overlaat om daaruit een keuze te maken.
De voorliggende studie geeft een antwoord op de vraag van de heer Magnette, federaal minister van Klimaat en Energie, bevoegd voor Duurzame Ontwikkeling. In december 2008 heeft hij het Federaal Planbureau gevraagd naar een studie over de mogelijkheden om de doelstellingen en overheidsontvangsten uit het ‚pakket uitvoeringsmaatregelen voor de EU-doel¬stellingen inzake klimaatverandering en hernieuwbare energie voor 2020?, ook het ‚klimaat en energiepakket? geheten, te verdelen voor België.
Indicatoren om de ontwikkeling van de samenleving te beoordelen, staan centraal in het vijfde Federaal rapport inzake duurzame ontwikkeling. Het rapport draagt bij tot het debat over instrumenten om de vooruitgang te meten en formuleert aanbevelingen voor de beleidsmakers. Het besluit dat het onmogelijk is alle informatie in één enkele indicator of in een paar indicatoren samen te vatten. Zelf presenteert het rapport een tabel met 88 indicatoren waarvan het de trends onderzoekt in de richting van doelstellingen van duurzame ontwikkeling. Het rapport bevat ook een beknoptere tabel.
Voldoende aantal indicatoren is noodzakelijk om ontwikkeling te beoordelen
Indicatoren tonen de trends van de veranderingen in de samenleving en het beleid
Bij elke overheidsmaatregel meteen indicatoren bepalen om de uitvoering te volgen
Gebrek aan langetermijnvisie en coherente doelstellingen belemmeren duurzame ontwikkeling
De "Strategische indicatorentabel op basis van 11 jaar federale rapportering over duurzame ontwikkeling" presenteert 88 indicatoren van duurzame ontwikkeling (IDO's) over 51 problematieken. Al die IDO's geven informatie over de ontwikkeling van de samenleving. Ze werden gerangschikt in een van de vier categorieën van het DPSR-kader, naargelang ze informeren over sturende krachten (Driving forces), druk (Pressures), de toestand van het menselijk, milieu- en economisch kapitaal (State) of antwoorden van de overheid (Responses). Van 54 IDO's kon de trend beoordeeld worden ten opzichte van doelstellingen die vastgelegd werden in de strategieën inzake duurzame ontwikkeling op verschillende beleidsniveaus (wereld, Europese Unie, België). 17 van die IDO's, met gekwantificeerde en tijdgebonden cijferdoelen, werden ook beoordeeld ten opzichte van die cijferdoelen.
Het Federaal Planbureau (FPB) publiceerde vier Working Papers (WP's) bij De transitie naar een duurzame ontwikkeling versnellen, het Federaal rapport inzake duurzame ontwikkeling 2007. Drie van die WP's documenteren de voorbereiding van het toekomstverkennende deel van het rapport. De vierde WP presenteert een samenvatting van dat deel van het rapport.
WP 13-08 onderzoekt de toekomstvisie van de Federale Raad voor Duurzame Ontwikkeling. Daartoe werd een inventaris gemaakt van 'elementen van toekomstverkenning' uit de adviezen die de raad van 2002 tot 2005 formuleerde. WP 14-08 analyseert zes projecten van participatieve toekomstverkenning die in België werden uitgevoerd. Daarbij werd gezocht naar goede praktijken en bruikbare methoden om een participatieve toekomstverkennende oefening op te zetten. WP 15-08 presenteert de participatieve oefening die het FPB met externe experts organiseerde om mogelijke ontwikkelingen van onze samenleving in de periode tot 2050 te verkennen. WP 16-08 herneemt de nota die werd opgesteld in het kader van de 'Lente van het Leefmilieu'. De WP vat het deel over toekomstverkenning uit het vierde Federaal rapport samen.